ALLES OP ZIJN TIJD
(Transformatie bij defensie)

Op een klok zijn alle uren even lang en op een kalender geldt dat ook voor alle dagen. En toch ervaren we het verloop van de tijd niet als gelijkmatig maar hebben we de indruk, nu en dan, adembenemende versnellingen te beleven. In november 1989, toen de Berlijnse Muur letterlijk werd afgebroken, was er zo een spectaculaire versnelling die op dat moment moeilijk was om te begrijpen. Op enkele maanden tijd werden Oost- en West Duitsland herenigd, verdween het Warschau Pact en nadien ook de Sovjet Unie. Iedereen verwachtte dat zoiets jaren zou duren en niet zonder de grootste moeilijkheden zou verlopen maar de nieuwe wereldorde was, met minimale problemen, een feit in enkele maanden tijd. Achteraf weten we welke signalen ons hadden moeten verwittigen van de op til staande fenomenale veranderingen maar niemand heeft ze op voorhand zo begrepen.

Plots had het begrip “Landsverdediging” veel van zijn betekenis verloren.

Het land verdedigen, tegen wie? Tegen wat? Al onze buurlanden waren reeds onze militaire geallieerden en spoedig zouden ook de buren van onze buren dat zijn. Geografisch daar voorbij, was Rusland onze partner geworden met wie we samen in operaties zouden gaan vanaf 1992 in voormalig Joegoslavië.

De Belgische Krijgsmacht telde toen ongeveer zestigduizend beroepsmilitairen met ook nog eens ongeveer veertigduizend dienstplichtigen onder de wapens. Er waren plannen, en ook soms uitrusting, om, in geval van oorlog, tot driehonderd duizend man te mobiliseren. Hoe groot de Belgische defensie-inspanning in de nieuwe wereldorde moest zijn was niet duidelijk maar zo talrijk zeker niet.

Het opschorten van de dienstplicht was dan ook een snel genomen beslissing (1993) temeer daar die dienstplicht sociaal onrechtvaardig was geworden omdat maar één jonge Belg op de vier onder de wapens werd geroepen. Ook de terugkeer van de militairen die in Duitsland waren gestationeerd werd snel besloten maar vroeg wel investeringen in infrastructuur om mensen en uitrusting op te vangen.

Bij een aantal militairen en ex-militairen leefde de wens om niets, of zo weinig mogelijk, te veranderen aan de Krijgsmacht, om zoveel mogelijk alles in aard en grootte te bewaren, maar die bedenking was meer ingegeven door nostalgische overwegingen dan gebaseerd op rationele argumenten.

Het afdanken van beroepsmilitairen werd, gelukkig, nooit in overweging genomen.

Het was niet duidelijk welke transformaties de Belgische Krijgsmacht moest ondergaan. Het was ook de tijd van de Maastricht norm met het oog op het invoeren van de Euro, toen ook, de tijd van de te hoge staatsschuld en van het begrotingsdeficit. Gelukkig hebben de gebeurtenissen in de wereld, op hun tijd, geholpen met het uitstippelen van de weg naar de toekomst voor Defensie.

In 1990 viel Saddam Hussein op de meest brutale manier Kuweit binnen. De verontwaardiging in de wereld was zeer groot. De oorlog om Kuweit te bevrijden kondigde zich aan. De NATO had nog niet uitgemaakt wat haar bestaansreden en taken zouden worden en bleef dan ook geheel afwezig in dit conflict. Ondanks het aandringen van Frankrijk en België slaagde men er in de West Europese Unie niet in tot een gemeenschappelijk standpunt inzake deelname te komen. Het is dan ook bijna puur nationaal dat België besliste mijnenjagers en fregatten te sturen naar de Perzische Golf, gevechtsvliegtuigen te ontplooien naar Oost Turkije en een medisch steunelement ter beschikking te stellen op Cyprus. De gehele operatie heeft ongeveer een jaar geduurd.

Reeds in 1991 was het duidelijk dat de internationale gemeenschap zou moeten optreden in voormalig Joegoslavië. In de NATO werd er nog gedebatteerd over het principe van “out of area” zodat in het begin de Alliance maar gedeeltelijk was betrokken. In de Europese Unie was opnieuw geen eensgezindheid te bespeuren. Het is dan ook onder de vlag van de Verenigde Naties dat België een Infanteriebataljon ontplooide naar Kroatië en enkele kleinere eenheden naar Bosnië. Wie weet nog dat België, op vraag ook van de NATO, de leiding nam over de operatie in Kroatië en ze onder de naam UNTAES tot een goed einde bracht in 1997: het schoolvoorbeeld van een geslaagde VN operatie. Bescheidenheid is een gave maar vergeten is, in dit geval, Belgische diplomaten en militairen onrecht aandoen. Met het einde van de operatie in Kroatië ontplooit België een bataljon naar Bosnië

Niet alle operaties in deze periode verliepen vlot. Rwanda 1994 laat een zeer groot trauma na. Maar wat was de oplossing? Wie schrijft inzetregels die toelaten, opdragen, te doden, honderden zelfs duizenden, om een genocide te voorkomen? En dan eindigen, misschien zonder genocide maar met vele doden. Het is aan de Internationale Gemeenschap om zich hierover te bezinnen, maar zonder een zeer snelle politieke besluitvorming zal men dit soort crisissen nooit beheersen.

De eerste helft van 1997 worden een Paracommando Bataljon en C130 vliegtuigen naar Kongo Brazzaville gestuurd met het oog op een eventuele evacuatieoperatie wanneer de latere President Kabila Senior op het punt staat Kinsjasa binnen te trekken. De evacuatie zal niet nodig blijken, misschien wel door die Belgische aanwezigheid.

In het voorjaar 1999 is er het Luchtmacht offensief tegen Servië om een etnische zuivering in Kosovo te stoppen. De Belgische Luchtmacht zal, vanuit een binationaal Belgisch-Nederlands smaldeel in Italië, meer dan proportioneel kan worden verwacht, bijdragen tot die inspanning. Hierna, in augustus 1999, ontplooit België een zwaar Bataljon, met zestien tanks, naar het noorden van Kosovo.

Al deze operaties gebeuren terwijl het budget van defensie gestaag daalt in reële termen, het departement afbouwt naar minder dan veertigduizend werknemers en zijn commandostructuren en eenheden reorganiseert.

En dan moet 11 september 2001 nog komen.

Onmiddellijk na de aanslagen in de Verenigde Staten op die datum, doen ze beroep op Artikel 5 van het NATO Verdrag van Washington. De geallieerden zullen, naar eigen inzicht, bijdragen in de oorlog tegen het internationaal terrorisme, tegen Al Qaïda en tegen het Afghanistan van de Taliban dat steun verleent aan dat terrorisme. De VS zullen verkiezen de oorlog alleen te beginnen met interne steun van Afghanen, het is pas nadien dat stapsgewijs aan de NATO gevraagd wordt om deel te nemen. De Belgische bijdrage is nu een eenheid voor de beveiliging van de luchthaven van Kaboel, F16 gevechtsvliegtuigen voor het leveren van beschermende vuursteun en ploegen voor het helpen opleiden van het Afghaanse Leger. Ook in de hoofdkwartieren wordt de aanwezigheid van Belgische militairen zeer gewaardeerd; die aanwezigheid was vooral belangrijk op het moment dat het Eurokorps Commando er het bevel voert; dat Commando heeft trouwens ook gedurende een jaar het bevel gevoerd in Kosovo.

Het is duidelijk dat militairen alleen het probleem Afghanistan niet zullen oplossen, maar het is even duidelijk dat, zonder militaire inzet, Afghanistan zal afglijden naar een burgeroorlog met een Taliban Staat zonder respect voor mensenrechten voor gevolg. Strijd tegen corruptie, opleiden van politie en leger, organiseren van een rechtsstaat, hervormen van de landbouw en alle taken die moeten leiden tot een aanvaardbare Staat die haar plaats kan innemen in de Internationale Gemeenschap vraagt tijd; geef die tijd.

België stuurt een eenheid voor het vernietigen van anti-personeelmijnen en een veldhospitaal naar Libanon; een fregat wordt ingezet voor embargo controle in de Middellandse Zee en daarna wordt een tweede fregat naar de Indische Oceaan gestuurd om de piraterij op zee daar te bestrijden.

Het is onmogelijk om alle operaties gedurende de laatste twintig jaar, sinds de val van de Berlijnse Muur aan bod te laten komen maar hierboven staan genoeg voorbeelden om een idee te krijgen op welke manier België zal gevraagd worden, collegiaal en solidair, ook in de toekomst, bij te dragen tot de militaire acties van de vrije wereld die allen zonder uitzondering humanitaire doelen nastreven.

Alles op zijn tijd. Er werden, en er worden geen beroepsmilitairen afgedankt; maar door natuurlijke afvloeiing en een aantal mobiliteitsmaatregelen is het aantal aan het dalen naar het nagestreefde einddoel. De tijd is dus gekomen om kwartieren te sluiten en over te dragen aan nieuwe eigenaars die een nieuwe bestemming moeten bepalen.

Om flexibiliteit in de politieke besluitvorming mogelijk te maken is het nodig te bewaren waar we goed in zijn en dat is meer dan mijnenbestrijding en medische ondersteuning. Ook gevechtsbataljons van de Landcomponent en gevechtsvliegtuigen van de Luchtcomponent waren vereist en hebben uitstekend gepresteerd. Transportvliegtuigen, fregatten, helikopters, logistieke steuneenheden allemaal bouwstenen die men nodig heeft om te kunnen blijven bijdragen zoals gedurende de afgelopen twintig jaar.

Alles op zijn tijd. Bewaren waar we sterk in zijn. Uitstekend polyvalent personeel door permanente vorming en flexibiliteit in plaatsing, talenkennis, humanitaire ingesteldheid, bescheidenheid, a posteriori parlementaire controle die een snelle besluitvorming toelaat, ook in de toekomst zullen we daarop moeten kunnen rekenen.

Alles op zijn tijd. De financiële crisis brengt dezelfde uitdagingen als ten tijde van de vereiste om de Maastricht norm te halen, maar gezien de reeds genomen en uitgevoerde maatregelen wordt het nog moeilijker. De bezorgdheid is groot; hopelijk is binnen het kader van de Europese Unie, nu na het verdrag van Lissabon, met de uitdrukkelijke vraag naar gestructureerde permanente samenwerking, de mogelijkheid internationaal datgene te bewaren en te verwerven dat misschien puur nationaal niet haalbaar is.

 

2010.06.03

Willy Herteleer
Admiraal b.d.
Chef Defensie 1995-2002